Pareltjes langs het pad: de VIA Christina en de watermolens

Je komt ze onvermijdelijk tegen op de mooie Via Christina Mirabilis: de talrijke watermolens van Haspengouw. 

Denk maar aan de Pextersmolen of de Nieuwe molen in Borgloon, of de Metstermolen en de Abdij molen in Sint-Truiden, of de Wellermolen op de Herk…

 In de tijd van Christina waren zij de motor van de agrarische economie .

Watermolens in Zuid-Limburg

Tijdens het leven van Christina was Haspengouw al een echt watermolenlandschap met talrijke watermolens waar je vandaag nog de sporen van terug kan vinden.

Waar in noord-Limburg en zeker in de Kempen ook veel windmolens werden opgericht, was Zuid-Limburg vooral aangewezen op de kracht van water. Van de oudste (water)molens bestaan jammer genoeg niet zoveel afbeeldingen, maar zeker is dat vanaf de 13e eeuw op talrijke plaatsen molens werden gebouwd. Het is nauwelijks voorstelbaar hoe in enkele decennia beken werden opgeleid (= voorzien van dijken) hoe stuwen en sluizen werden gebouwd en vernuftige maalinstallaties werden gerealiseerd.

Onderweg op de Via wandel je eigenlijk door het stroomgebied van 2 watersystemen die allebei tot het Demerbekken behoren. Het eerste is de vallei van de Herk en de Mombeek die allebei ontspringen in de buurt van Tongeren en het tweede zijn de 3 beken uit het bronnengebied van de Cicindria in de buurt van Gingelom. Hier ontspringen naast de Cicindria ook de Molenbeek en de Melsterbeek.

Molens op de Haspengouwse beken

Al deze beken waren ooit rijkelijk voorzien van watermolens. Alleen al op de Mombeek waren er ooit 12 watermolens actief en op de 3 beken van de Cicindria meer dan 30…

Het systeem werd niet alleen georganiseerd dankzij het vernuft en het kapitaal van de verschillende kloosters en abdijen, maar het werd ook geholpen door het zogenaamde molenrecht en de molendwang die tot na de Franse revolutie wisten stand te houden. Dit recht gaf aan abdijen en leenheren de mogelijkheid om watermolens te bouwen, maar ook om de ingezetenen van het leen te verplichten om hun graan daar te laten malen: de meeste molens waren dus zogenaamde ‘banmolens’. 

De teloorgang van de oude watermolens

Ook na de Franse revolutie bleef het molenrecht bestaan, maar de ‘molenban’ werd afgeschaft. Molenaars mochten zelf een molen oprichten en exploiteren maar moesten dus voortaan ook zelf zorgen voor cliënteel. Veel molenaars waren daar heel succesvol in en ontwikkelden een bloeiende business. Met de industrialisatie en de opkomst van elektriciteit en dieselmotoren kregen de ambachtelijke molens echter zware concurrentie van de industriële maalderijen. Om die concurrentie aan te gaan probeerden veel molenaars de productie op te voeren met nieuwe investeringen.  Sommige molenaars vervingen het oude waterrad door een verbeterde versie (vb Metstermolen) of door een turbine (vb dorpsmolen van Alken). Andere investeerden in een elektrische aandrijving of aandrijving met een dieselmotor. In die concurrentiestrijd hebben praktisch alle ambachtelijke molens in Limburg uiteindelijk het onderspit moeten delven. Veel van de molens die je onderweg tegenkomt zijn dan ook niet meer maalvaardig of hebben een andere functie gekregen. Sommigen zijn zelfs geheel vervallen of nauwelijks als molen herkenbaar.

Gelukkig zijn er ondertussen ook een aantal van deze molens gerestaureerd en sommige daarvan zijn zelfs maalvaardig. Het is beslist de moeite waard om deze sites van naderbij te bekijken en enkele kun je ook bezoeken op afspraak of op open molendagen!






Vorige
Vorige

Zingen zoals Hildegard van Bingen

Volgende
Volgende

In Wellen staat een… kapel (afl.2)