Wie was Jutta ?
“Het is van deze recluse dat ik veel ben te weten gekomen van wat ik heb opgeschreven over Christina. Dat was ook waarom ik naar haar ben toegekomen vanuit het verre Wallonië.” Zo getuigt Thomas van Cantimpré (Vita Christinae nr.38) in 1232, acht jaar na Christina’s overlijden, over het motief van zijn komst naar Borgloon, naar het ‘castrum Loen’.
Maar wie was deze Jutta eigenlijk? Wat moeten wij ons voorstellen bij zo een middeleeuwse stadskluizenares?
glasraam in St-Odulphuskerk Borgloon
Thomas schrijft dat Christina in Borgloon negen jaren lang in het gezelschap vertoeft van deze Jutta (‘Iuetta’), die ‘een uiterst religieus leven leidt en door wie de Heer wondere dingen verricht’.
Jutta was een ‘recluse’. Zij had zich laten insluiten in een kleine woning tegen de Sint-Odulphuskerk aangebouwd, van waaruit zij het gebed van de kanunniken mee kon volgen. Zij verliet haar kluis niet. Toch had zij een levendig contact met de stadsbewoners en met bezoekers. Ook de heilige Lutgard heeft twee weken verbleven bij Jutta. Zij beleefde er een extase van overlopende vreugde waarbij ze ‘als een dronkene’ danste door de kluis. Zo vertelt Thomas van Cantimpré in zijn latere Vita Lutgardis (1246 nr. 16).
Midden in de stad
Verder weten we over Jutta zelf niets. Er zijn over haarzelf geen historische bronnen. Wel hebben we bronnen over andere ‘recluses’ in andere steden uit dezelfde tijd, vrouwen die net zoals Jutta leefden, en waaruit we betrouwbaar kunnen afleiden wat voor vrouw Jutta van Borgloon is geweest en hoe zij heeft geleefd.
De stadskluizenares verschijnt in onze streken gelijktijdig met de opbloei van het stedelijk leven en de zelfstandige burgerij. In de agrarische samenleving van een eeuw eerder was voor zulke onafhankelijke kluizenaressen geen plaats. Door de ontwikkeling van handel en nijverheid is een nieuw soort samenleving ontstaan. In de periode van de 12de-13de eeuw kregen vrouwen voor het eerst de kans hun geloof op een persoonlijke wijze in vrijheid vorm te geven. De ‘recluse’ leeft in het centrum van de stad en fungeert als vertrouwenspersoon voor kooplieden en burgers.
Een vrouw met aanzien
Jutta was dus niet het vrome vrouwtje dat afgezonderd van de wereld leefde, de deur vergrendeld, dag en nacht biddend in de beslotenheid van haar cel, in volstrekte eenzaamheid. Nee, we hebben te maken met een krachtige dame, een nieuw type religieuze vrouw, zonder kloosterregel, die een nieuw soort functie vervulde.
Dit kluizenaarschap was lange tijd voor vrouwen de manier om binnen de kerk een hoge positie en aanzien te verwerven, zonder uit de samenleving te verdwijnen. Deze vrouwen gaven raad op allerlei terreinen en traden ook op als religieuze leermeesteres. Hoewel ze geen formele kerkelijke positie bekleedden, ontwikkelden ze zich als een vrouwelijke equivalent van de pastor.
Kluis van Wiborada
In een magistrale studie - met ook prachtig beeldmateriaal! - heeft Anneke B. Mulder-Bakker het klassieke beeld van de kluizenaressen in de middeleeuwse stad bijgesteld (Verborgen vrouwen, Hilversum, 2007). ‘’Tientallen, ja honderden vrome vrouwen moeten voor het leven in een kluis gekozen hebben. Voor die eerste twee eeuwen alleen heb ik voor de Lage Landen reeds zo’n tweehonderd namen verzameld.’ De auteur bespreekt onder meer Iuetta van Huy, Juliana van Cornillon en Eva van Saint-Martin in Luik, Maria van Oignies, Kreupele Margriet van Maagdenburg…
De Kluis
De huidige ‘Kluis’ onder het zuiderkoor van de Sint-Odulphuskerk Borgloon heeft haar naamgeving te danken aan de historische kluis van Jutta die hier ooit heeft gestaan. Waar precies weten we niet. Onze Kluis van Christina met de kunstinstallatie ‘Mirabilis’ is een eerbetoon aan al deze inspirerende vaak eigenzinnige vrouwen uit de 12de-13de eeuw die zo betekenisvol waren voor vele van hun tijdgenoten.
Dank ook aan Jutta om ons haar verhalen en persoonlijke ervaringen met Christina Mirabilis door te geven!