Met deze man is alles begonnen…
Geen enkel initiatief rond Christina Mirabilis zou er ooit gekomen zijn zonder deze figuur: de grote Jacques de Vitry.
Het is deze internationale hoofdrolspeler uit de 13de eeuw die als eerste de aandacht heeft gevestigd op een bescheiden vrouw uit onze streek, Christina, toen zij nog leefde.
Op deze foto zie je hoe hij er echt uitzag. Dit levensechte beeld is namelijk een computer-reconstructie op basis van zijn bewaarde schedel.
Jacques de Vitry (1180 – 1240) – in het Latijn Jacobus Vitriacus – was een Franse geestelijke die een grote carrière maakte, waarbij hij naaste raadgever werd van zowel de keizer als de paus… Heel bijzonder als je weet dat er tussen de keizer en de paus veel rivaliteit heerste. In het kader van de vijfde kruistocht werd hij naar het Oosten gestuurd, waar hij bisschop werd van Akko, de kruisvaardersstad in het noorden van Palestina. Hij was betrokken bij alle grote politieke en kerkelijke ontwikkelingen van zijn tijd, diplomatisch en invloedrijk. In 1228 werd hij kardinaal gemaakt.
In zijn jonge jaren werd De Vitry na zijn Parijse studies uitgestuurd naar het grote bisdom Luik. Hier kwam hij in de ban van een vrouw die in een kluis verbleef bij de augustijnerpriorij van Oignies (provincie Namen; prieuredoignies.be/ ): de genaamde Maria van Oignies. Jacques trad in als augustijnerkanunnik en werd haar geestelijke leider tot haar dood in 1213. Kort nadien schrijft hij een uitvoerig levensverhaal van zijn Maria, waarin hij onder meer ook ingaat op zijn eigen relatie met haar. Deze Vita van Maria van Oignies is uiteraard bewaard gebleven.
Welnu, het is in de Vita van Maria van Oignies dat Jacques de Vitry terloops ook Christina vernoemt!
Hij schrijft: Ik heb nog een andere vrouw ‘gezien’ (Heeft hij haar persoonlijk ontmoet?) Hij vertelt in een tiental regels over de vermeende dood van Christina, over haar leven vol pijn en boete, haar avonturen in vuur en ijskoud water en bij de graven van de doden.
Maar het is deze vermelding die de trigger is voor Thomas van Cantimpré, een leerling van De Vitry, om verder op onderzoek te gaan naar deze onbekende vrouw en om zelf naar onze streek af te zakken en de verhalen over Christina op te tekenen uit de mond van mensen die haar hebben gekend. En zo dus ontstaat de geschreven Vita van Christina Mirabilis van 1232, de tekst die wij ondertussen heel goed kennen!
Zonder De Vitry geen Vita van Christina…
De Vitry had een grote sympathie voor de ‘mulieres religiosae’, zoals hij ze noemde: die lekenvrouwen in het (grote) bisdom Luik die onafhankelijk en vrij een religieus leven gingen leiden, gepaard met lichamelijke mystieke uitingen. Als op het Concilie van Lateranen in 1215 een algemeen halt wordt toegeroepen aan alle nieuwe religieuze bewegingen, dan gaat Jacques de Vitry persoonlijk bij paus Innocentius pleiten om toch een uitzondering te maken voor deze vrouwen uit het bisdom Luik. En zo gebeurt! Wél wordt tegelijk een regel-kader afgesproken voor deze onafhankelijke religieuze vrouwen. Zo ontstaan in en vanuit onze regio hier de eerste begijnhoven.
Jacques de Vitry heeft veel geschreven, onder meer over de geschiedenis van de stad Jeruzalem, over het leven van de studenten aan de Parijse universiteit, over Franciscus en zijn nieuwe beweging… Verder zijn van hem een honderdtal brieven bewaard gebleven, waaronder één open brief vanuit Akko gericht aan Lutgard van Aywières. Lutgard kennen wij natuurlijk beter als afkomstig van Tongeren, en – vóór haar overstap naar Waals Brabant – als vriendin en zielsverwante van Christina Mirabilis.
De Vitry is zijn leven lang trouw gebleven aan zijn verering voor Maria van Oignies. Op latere leeftijd koos hij ervoor om terug te keren naar het bescheiden Oignies waar Maria begraven lag, om dicht bij haar te zijn. Vele van zijn schatten liet hij vanuit Akko of Constantinopel overbrengen naar Oignies.
Deze schatten vormden het begin van de zogenaamde ‘Schat van Oignies’. Deze ‘Trésor’ is één van de meest tot de verbeelding sprekende verzamelingen van 13de eeuwse edelsmeedkunst en artefacten in Europa, één van de zeven ‘wonderen van België’. Ze is nu door de Koning Boudewijnstichting ondergebracht in het ‘Musée Provincial des Arts anciens du Namurois’ te Namen zelf. Wij bezochten onlangs het museum en kwamen danig onder de indruk. We waren ontroerd bij het zien van enkele persoonlijke stukken van De Vitry, zoals zijn bisschopsstaf, zijn mijter en zijn bisschopsring. Korter bij de vroegste geschiedenis van Christina kan je niet komen.