GESCHIEDENIS van de Christina-kapel in Wellen
Wie door de Dorpsstraat wandelt en de hoek met de Broekstraat nadert, ziet een kapel die al generaties lang deel uitmaakt van het Wellense straatbeeld. De kapel van de Heilige Christina staat op een plek met een rijke geschiedenis.
Op de 18de-eeuwse Villaretkaart, de bekende Ferrariskaart (1777) en de Atlas der Buurtwegen (1844) staat op exact deze locatie al een kapel of vakwerkgebouw aangeduid. Ook op de topografische kaart van Vandermaelen (1846-1854) is ze duidelijk te zien. De kapel vormt dus al eeuwen een vertrouwd baken op de kruising van Dorpsstraat en Broekstraat, waar Overbroek zich uitstrekt richting de velden.
Christina en Wellen
De kapel is gewijd aan Christina de Wonderbare, een mystieke figuur uit de 12de eeuw. Volgens de overlevering kwam zij in Wellen aan, mentaal hevig opgejaagd. Door zichzelf volledig onder te dompelen in het openstaande doopvont van de oude Sint‑Jan‑de‑Doperkerk kwam zij tot rust. Deze onderdompeling bracht haar diepe, innerlijke rust: ze stapte gekalmeerd uit het water. Dit beeld van hergeboorte sluit prachtig aan bij Psalm 104, die herinnert aan het Wellense landschap: “Gij doet in de dalen de bronnen ontspringen, daar wandelen de beken door de heuvels.”
Dit historische doopvont, dat dateert uit de periode 1155 tot 1170, is een meesterwerk van romaanse beeldhouwkunst in Maaslandse kalksteen. Het ronde bekken is versierd met een fries van halfronde bogen en vier grote, uitstekende mannenhoofden. Deze expressieve hoofden zijn niet zomaar decoratie. Ze verbeelden de vier rivieren van het aards paradijs.
Tot 1780 deed de stenen kuip dienst in de oude Sint-Jan-de-Doperkerk, waarna ze op het kerkhof achter de kerk belandde. In 1890 droeg pastoor Henri Lenders de zwaar beschadigde vont over aan de paters redemptoristen in Sint-Truiden. De paters waren zeker geïnteresseerd in het stuk door de link met Christina, wier relieken ze al sinds 1836 bezaten. Om de uitbreiding van hun eigen kerk te financieren, verkochten de paters het topstuk in 1922 echter stilletjes voor 2.300 frank. Via de collecties van een Belgische majoor en een New Yorkse kunsthandelaar belandde het Wellense doopvont uiteindelijk in de Verenigde Staten. Sinds mei 1961 schittert het permanent in de Fuentidueña-kapel van The Cloisters (onderdeel van het Metropolitan Museum of Art) in New York.
Toen Christina in Wellen aankwam, was het dorp een middeleeuwse nederzetting onder het gezag van de rijke abdij van Munsterbilzen. Rond de Sint-Jan-de-Doperkerk lag een compacte dorpskern. Het landschap in dit deel van Vochtig-Haspengouw was nat en doorsneden met beken en opwellend grondwater. Deze overvloed aan zuiver water uit de grond paste perfect bij de devotie rond de heilige Christina, die in de lokale traditie een vaste plaats kreeg. Ondanks oorlogen en plunderingen bleef de dorpsgemeenschap gestaag groeien. Uit middeleeuwse belastingregisters blijkt dat Wellen in 1470 al zo’n 390 haarden telde, wat wijst op een bevolking van ongeveer 1.700. Dit slaat op het bestuurlijk geheel van Wellen en Vrolingen samen.
De kapel in een groeiend Wellen
Toen de eerste kapel op deze plek werd gebouwd, had Wellen al een lange en bewogen geschiedenis achter de rug. Hoewel het dorp in de vroege middeleeuwen en de vijftiende eeuw periodes van grote bloei kende door een bloeiende lakenindustrie en veeteelt, werd het daarna zwaar getroffen door opeenvolgende internationale oorlogen en plunderingen. Spaanse troepen, soldaten uit Lotharingen en de vernietigende legers van de Franse koning Lodewijk XIV lieten een spoor van vernieling achter in de streek. Rond 1677 was het inwonertal daardoor tijdelijk teruggevallen tot amper 800 à 900 mensen. Vanaf de achttiende eeuw begon het dorp gelukkig weer gestaag op te krabbelen. Dankzij de vruchtbare Haspengouwse leemgronden bloeide de landbouw op als nooit tevoren, en ook het gehucht Overbroek groeide uit tot een levendige buurt langs de Dorpsstraat.
In de negentiende eeuw veranderde Wellen in sneltempo. In 1796 telde de gemeente 1.587 inwoners, een aantal dat in 1830 steeg tot 1.785 en rond 1877,toen de nieuwe neogotische kapel werd voltooid, uitgroeide tot ongeveer 2.300 mensen. Het was een uiterst bedrijvig dorp: rond 1844 telde Wellen talloze landbouwbedrijven, drie actieve watermolens, zes ambachtelijke brouwerijen en vijf siroopfabrieken die de streek van zoete lekkernijen voorzagen.
Rond de eeuwwisseling onderging de weg bij de kapel nog een laatste, schitterende gedaanteverandering. Het gemeentebestuur liet de weg bestraten met kasseien en plantte aan weerszijden prachtige bomen aan, inclusief een apart fiets- en voetpad. De bewoners waren zo trots op deze statige, groene laan dat ze de straat liefkozend "de Boulevard" of "de Rijte" noemden. Het was een plek waar de takken van de bomen elkaar hoog boven de weg raakten en een schaduwrijke tunnel vormden, een idyllisch plaatje dat de Christinakapel voor altijd verankerde als het sfeervolle middelpunt van een trots en groeiend Overbroek .
Van vakwerk naar baksteen
Tot 1857 stond op deze hoek een hout- en leemkapel die een vast baken vormde op de historische landkaarten. Ze was klein, eenvoudig en typisch voor de traditionele Haspengouwse leembouw, maar halverwege de negentiende eeuw was het gebouwtje er vreselijk aan toe. De muren waren verzakt, het houtwerk was verrot en het dak lekte aan alle kanten. De gemeente besloot dat oplappen geen zin meer had.
Op 9 november 1857 nam de gemeenteraad officieel het besluit om de vervallen kapel volledig af te breken. Om de herbouw te financieren, wilde men de oude dakconstructie verkopen en hopen op gulle, vrijwillige bijdragen van de Wellenaren zelf. Zo geschiedde: op 1 februari 1858 verkocht notaris Simons het bruikbare houtwerk openbaar aan de Wellenaar Jean Staveloz voor de som van 44 frank. Daarna werd de kapel gesloopt, waardoor de hoek van de Dorpsstraat en de Broekstraat er jarenlang kaal bij lag.
Proces-verbaal van de gemeenteraad in Wellen op 9 november 1857: verkoop van de oude kapel en belofte voor de bouw van een nieuwe kapel.
Hoewel men het bedehuis snel wilde heropbouwen, bleek de Wellense gemeentekas nagenoeg leeg te zijn. Toch zat men niet stil. In november 1858 vroeg het gemeentebestuur aan de bekende architect Isidore Joseph Gérard uit Sint-Truiden om een nieuw ontwerp te tekenen. De architect had blijkbaar een drukke agenda, want hij was in diezelfde periode ook bezig met de restauratie van de parochiekerk van Wellen. In januari 1859 moest de gemeente hem met een briefje herinneren aan zijn belofte. Op 9 maart 1859 keurde de gemeenteraad zijn plannen uiteindelijk unaniem goed. Maar de daadwerkelijke bouw moest wachten tot 'een gunstig moment' waarop de gemeente de kosten kon dragen. De nieuwe kapel bestond voorlopig dus alleen op papier.
Pas in 1877 verrees de neogotische kapel die we vandaag nog steeds kunnen bewonderen. Het werd een stevig bakstenen gebouwtje op een gecementeerde sokkel, met karakteristieke overhoekse steunberen en een mergelstenen kruis op de geveltop. Boven het spitsboogportaal werd een sierlijke vierlob aangebracht met de geschilderde inscriptie H. Christina de Wonderbare B.V.O. (Bid Voor Ons). De kapel werd afgesloten met haar originele houten deur, voorzien van prachtig smeedijzeren hangwerk. In 1940 werd het charmante monumentje op kosten van de gemeente grondig hersteld.
Kort na de bouw van de nieuwe kapel kreeg Wellen een officieel reliek van de heilige Christina. Op 17 april 1879 bezorgde het klooster van de paters redemptoristen uit Sint-Truiden een echtheidscertificaat aan de parochie. Het ging om een klein, ovaal koperen houdertje met een glazen venstertje, netjes verzegeld met rode zijdedraad en een lakzegel. Binnenin zat een klein botfragmentje van Christina. Dit toont aan dat de verering van Christina leefde in Wellen.
Op sfeervolle ansichtkaarten uit het begin van de twintigste eeuw verschijnt de kapel samen met een gietijzeren waterpomp vlak voor de deur. Hier kwamen buurtvrouwen met emmers samen om water te putten. Deze pomp herinnerde niet alleen aan de rijke broncultuur van het waterrijke Wellen, maar maakte van de Christinakapel ook een levendige ontmoetingsplaats in het dagelijkse dorpsleven.
De kapel en haar buurt
Rond de kapel stond een kleine cluster van huizen die het levendige straatbeeld van Overbroek bepaalden. Langs de Dorpsstraat vormde een pand op de hoek, dat in 1919 in steen werd herbouwd, generaties lang een vertrouwd dorpsgezicht met een herberg en een kruidenierswinkel.
Aan de Broekstraat wisselden door de negentiende en vroege twintigste eeuw verschillende huurders elkaar af in de omliggende woningen. Zo vonden er tussen 1917 en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog oorlogsvluchtelingen uit de West-Vlaamse IJzerstreek een veilig onderkomen, waarmee zij tijdelijk deel uitmaakten van de gemeenschap rond de kapel.
Op de tegenoverliggende hoek heerste eveneens volop bedrijvigheid. In het hoekpand waren door de jaren heen onder meer een klein winkeltje, een slachterij en een modiste (hoedenmaakster) gevestigd. Wat verderop richting de Dorpsstraat lag nog een geliefde herberg, die tot 1946 openbleef en in de jaren 1930 wijd en zijd bekendstond om haar spiegelorgel en de traditionele wedstrijden ‘kraaischieten’.
Dat de kapel een vast oriëntatiepunt was in deze buurt, blijkt ook uit oude kranten. In 1882 kondigde De Onafhankelijke der Provincie Limburg een openbare verkoop aan “te Wellen Overbroek, aan de kapel”. In 1901 werd opnieuw een huis verkocht “neffens de kapel”. In 1910 schreef het Aenkondigingsblad der Provincie Limburg dat nieuwe beplantingen zouden worden aangelegd “tot aan Sint‑Christina kapel”, zodat Wellen opnieuw zijn “boulevard” zou terugkrijgen. En in 1948 meldde Het Nieuwsblad een openbare verkoop “aan de Kapel”. De kapel was dus niet alleen een religieuze plek, maar ook een herkenningspunt in het dagelijkse leven van Overbroek.
De kapel vandaag
De kapel van de Heilige Christina is vandaag een klein maar betekenisvol erfgoedjuweeltje. Ze verbindt de eeuwenoude devotie rond Christina, met de bijzondere overlevering over haar doop in Wellen, met de middeleeuwse oorsprong van het dorp, de groei in de nieuwe tijd, de heropbouw in de 19de eeuw en de herkenbare buurt rond Dorpsstraat en Broekstraat. Ze blijft een vertrouwd herkenningspunt in het dorpsgezicht en een tastbare herinnering aan eeuwen erfgoed. Hiermee neemt Wellen vandaag een prominente plaats in in het internationaal gekend en gewaardeerde erfgoedverhaal van Christina Mirabilis.
(tekst: Rens Similon - onze jongste vrijwilliger!)
Momenteel restaureert de gemeente Wellen deze bijzondere kapel.
Daarna zal de vrijwilligerswerkgroep het interieur van de kapel een nieuwe, eigentijdse vormgeving geven — een warme, artistieke invulling die het verhaal van Christina opnieuw laat spreken in beeld, licht en ruimte.
OPROEP
Help mee om deze bijzondere Wellense geschiedenis mee uit te dragen en/of de nieuwe invulling van de kapel mee vorm te geven!
Heb jij zelf herinneringen en mooie verhalen, verbonden aan kapel, doopvont, kerk, dorpsleven rond de kapel…? Laat het ons weten!
Contact | Ontdek meer en neem contact op vandaag — Christina Mirabilis